ECLI:NL:GHSHE:2009:BK6161
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Visser
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdstip totstandkoming huurovereenkomst en rechtsgeldigheid beëindigingsovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal de vraag wanneer de huurovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig tot stand is gekomen en of de beëindigingsovereenkomst nietig of vernietigbaar is wegens strijd met artikel 7:293 lid 3 BW Pro. De kantonrechter had de beëindigingsovereenkomst vernietigd omdat hij oordeelde dat de huurovereenkomst en beëindigingsovereenkomst gelijktijdig waren gesloten, wat volgens hem niet was toegestaan.
Het hof stelde vast dat een huurovereenkomst een vormvrij contract is en dat mondelinge overeenstemming voldoende is voor totstandkoming, waarbij de schriftelijke vastlegging slechts bewijsrechtelijke betekenis heeft. Het hof concludeerde dat partijen al ruim vóór de schriftelijke vastlegging op 10 mei 2005 overeenstemming hadden bereikt, gelet op de uitvoering van de huurovereenkomst vanaf 1 januari 2005.
Daarmee was de beëindigingsovereenkomst niet gelijktijdig met de huurovereenkomst tot stand gekomen en derhalve niet nietig. Het hof wees de vordering tot vernietiging af en stelde de ontruimingstermijn vast op 31 maart 2010, met een dwangsomregeling. Tevens veroordeelde het hof de partij die in het ongelijk werd gesteld in de proceskosten van beide instanties.
De uitspraak benadrukt het belang van de feitelijke gedragingen en wilsovereenstemming bij de totstandkoming van huurovereenkomsten en bevestigt dat schriftelijke vastlegging niet het beslissende moment is voor het ontstaan van contractuele verplichtingen.
Uitkomst: De huurovereenkomst is eerder tot stand gekomen dan de beëindigingsovereenkomst, die rechtsgeldig is; de vordering tot vernietiging wordt afgewezen en ontruiming wordt vastgesteld op uiterlijk 31 maart 2010 met dwangsom.