ECLI:NL:GHSHE:2009:BK7273
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legitieme portie en materiële schenking in nalatenschapsgeschil
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep van [X.] tegen [Y.] inzake de legitieme portie uit de nalatenschap van hun moeder, de erflaatster die in 2003 overleed. [Y.] was bij testament benoemd tot enig erfgenaam en executeur, terwijl [X.] en haar broer [Z.] van erfopvolging waren uitgesloten. [X.] en [Z.] hadden een legaat ontvangen, maar [X.] vorderde alsnog haar legitieme portie.
De kern van het geschil betrof de vraag of een lening en de verkoop van een familiebedrijf in 1993/94 als materiële schenking aan [A.], de vader van [X.] en [Z.], kon worden aangemerkt. Het hof stelde vast dat de onderneming destijds aanzienlijk meer waard was dan de koopsom en dat sprake was van een bevoordeling van [A.] ten koste van de nalatenschap van de erflaatster.
Het hof oordeelde dat de stelplicht en bewijslast voor de materiële schenking op [Y.] rustte, welke hij voldoende had onderbouwd. De betwisting van [X.] was onvoldoende gemotiveerd, waardoor haar vordering tot legitieme portie niet kon worden toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen.
Uitkomst: De vordering tot legitieme portie wordt afgewezen vanwege een materiële schenking die deze overstijgt.