ECLI:NL:GHSHE:2009:BK7393
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Waaijers
- Zweers-van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Vordering tot zekerheidstelling proceskosten afgewezen na emigratie eiser naar Indonesië
In deze civiele zaak vorderde eiser [X.] betaling van een bedrag van € 7.828,47 van gedaagde [Y.] wegens onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking. [Y.] stelde op grond van artikel 224 Rv Pro een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten, omdat [X.] na het instellen van de vordering naar Indonesië was verhuisd en daardoor geen woonplaats meer in Nederland had.
De rechtbank wees de vordering tot zekerheidstelling toe en veroordeelde [X.] tot het stellen van een bankgarantie van € 1.071,-. Tegen dit vonnis ging [X.] in hoger beroep met drie grieven, stellende dat hij ten tijde van de dagvaarding nog in Nederland woonde en dat de verhuizing naar het buitenland de verplichting tot zekerheidstelling niet met terugwerkende kracht kan doen ontstaan.
Het hof oordeelde dat artikel 224 Rv Pro ook toepassing vindt indien de eisende partij tijdens de procedure naar het buitenland verhuist, om de gedaagde te beschermen tegen moeilijkheden bij verhaal van proceskosten. Echter, het hof stelde vast dat verhaal van proceskosten in Nederland redelijkerwijs mogelijk is via beslag op de AOW- en pensioenuitkeringen van [X.], die in Nederland worden uitbetaald.
Daarom is de uitzondering van artikel 224 lid 2 onder Pro c Rv van toepassing en hoeft [X.] geen zekerheid te stellen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelde [Y.] in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.