ECLI:NL:GHSHE:2009:BK7621
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-Van Dijken
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ingebruikgeving onteigende percelen wegens lopend cassatieberoep
De gemeente vorderde ingebruikgeving van drie percelen die vervroegd onteigend waren voor de aanleg van een weg, terwijl tegen het vonnis van vervroegde onteigening cassatieberoep was ingesteld door de eigenaren en gebruikers van de percelen. De voorzieningenrechter wees de vordering af omdat de opname van de percelen door deskundigen nog niet had plaatsgevonden en de ingebruikgeving een ingrijpende inbreuk op eigendoms- en huurrechten zou vormen.
In hoger beroep stelde de gemeente dat de opname inmiddels had plaatsgevonden en dat het cassatieberoep kansloos was, zodat de ingebruikgeving noodzakelijk was om de voltooiing van de weg te bespoedigen en overlast en extra kosten te voorkomen. Het hof oordeelde dat onteigening een ingrijpende maatregel is met wettelijke waarborgen, waaronder de schorsende werking van cassatieberoep. Toewijzing van de vordering zou deze schorsende werking ontnemen en de rechten van de eigenaren en gebruikers te vroeg ontnemen.
Het hof stelde dat alleen bij buitengewoon klemmende omstandigheden een dergelijke inbreuk gerechtvaardigd is, maar dat die omstandigheden in dit geval ontbraken. De gemeente had rekening kunnen houden met de vertraging door het cassatieberoep en het feit dat het beroep kansloos zou zijn, is onvoldoende om de rechten van de eigenaren en gebruikers te ontnemen. Daarom werd de vordering afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot ingebruikgeving van de onteigende percelen wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.