ECLI:NL:GHSHE:2009:BK8084
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- F.J.M. Walstock
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duur voorlopige hechtenis bij tijdelijke overlevering en uitvoering buitenlandse straf
Verdachte, verdacht van gekwalificeerde doodslag, werd in België aangehouden op basis van een Europees aanhoudingsbevel en meerdere malen tijdelijk overgeleverd aan Nederland voor strafrechtelijke procedures. Tegelijkertijd liep in België de uitvoering van vrijheidsstraffen. De rechtbank te Breda had het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen omdat de duur van het bevel niet was overschreden.
Het hof overweegt dat de tijd waarin verdachte in België een straf uitzit, moet worden beschouwd als tijd waarin hij rechtens van zijn vrijheid is beroofd, waardoor het Nederlandse bevel tot voorlopige hechtenis tijdens die periodes niet doorloopt. De tijdelijke overleveringen aan Nederland eindigden telkens op door de Belgische autoriteiten gestelde data, waarna de detentie in België weer aanving.
Rekening houdend met deze periodes concludeert het hof dat de toegestane duur van negentig dagen voorlopige hechtenis niet is overschreden. Ook zijn er geen andere redenen om de voorlopige hechtenis op te heffen, gezien de ernstige bezwaren tegen verdachte. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de beslissing van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de duur van het bevel tot voorlopige hechtenis niet is overschreden.