ECLI:NL:GHSHE:2009:BL2061
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens onbehoorlijke taakvervulling en faillissement van vennootschappen
De zaak betreft de aansprakelijkheid van [X.] als bestuurder van de [AA.] vennootschappen, die failliet gingen na surséance van betaling. Het hof bevestigt dat [X.] zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld door onder meer het te laat openbaar maken van de jaarrekening 1999 en het nalaten van adequaat financieel beheer en sturing.
De curator stelde dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak was van het faillissement, begroot op ruim € 7,4 miljoen. [X.] voerde tegenbewijs aan door andere oorzaken te noemen zoals garantie- en recallverliezen, verslechterde markt en onjuiste balanspresentaties. Het hof oordeelt echter dat deze factoren mede het gevolg waren van het falend bestuur en onvoldoende aanpassing aan marktomstandigheden.
Het hof verwerpt de stellingen van [X.] over gemanipuleerde jaarrekeningen en georchestreerd faillissement. Ook kosten na zijn vertrek, zoals forensisch onderzoek en juridische procedures, worden niet als belangrijke faillissementsoorzaken aangemerkt. Wel ziet het hof aanleiding tot matiging van de aansprakelijkheid tot € 2.000.000 vanwege het ontbreken van moedwilligheid of fraude.
De uitspraak bevestigt het vermoeden van onbehoorlijk bestuur als belangrijke faillissementsoorzaak en legt een gedeeltelijke aansprakelijkheid op aan [X.], waarbij het hof de matiging van de rechtbank volgt. De zaak illustreert de noodzaak van tijdige financiële rapportage, adequaat voorraad- en debiteurenbeheer en het belang van doortastend management bij financiële problemen.
Uitkomst: Bestuurder [X.] aansprakelijk gesteld voor € 2.000.000 wegens onbehoorlijke taakvervulling die mede oorzaak was van het faillissement.