ECLI:NL:GHSHE:2009:BL2097
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens onrechtmatige opzegging joint-venture overeenkomst met verlies bargaining power
In deze civiele procedure staat de onrechtmatige opzegging van een joint-venture overeenkomst tussen Cehave en [X.] centraal. Het hof oordeelt dat Cehave misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot opzegging en dat deze opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
De schadebegroting is gebaseerd op een deskundigenrapport waarin zowel de margederving als het verlies van bargaining power wordt meegenomen. De margederving wordt berekend over de omzet van producten die zowel door [X.] als Cehave via InCo-öp BV werden ingekocht, met een factor 4 voor toekomstige schade. Daarnaast wordt het verlies aan bargaining power, dat verband houdt met schaalvoordelen en onderhandelingspositie, eveneens op 2% van de omzet gesteld.
Het hof verwerpt de stellingen van Cehave dat het verlies van bargaining power buiten beschouwing moet blijven en bevestigt de deskundigenberekeningen. Ook wordt de factor 4 gehandhaafd als redelijke vermenigvuldigingsfactor voor de schade. De totale schadevergoeding wordt vastgesteld op €1.657.240,99, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2002.
Verder wordt Cehave veroordeeld tot betaling van een bedrag aan FP, verminderd met een tegenvordering en rente, en tot vergoeding van de helft van de kosten van de deskundige. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Het arrest vernietigt het vonnis van 19 januari 2005 en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Cehave wordt veroordeeld tot betaling van €1.657.240,99 schadevergoeding met wettelijke rente wegens onrechtmatige opzegging joint-venture overeenkomst.