ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ2509
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet meer bestaande vennootschap
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen vonnissen van de rechtbank Breda. Appellant [X.] en de besloten vennootschap [Y.] Beheer BV zijn appellanten, terwijl mr. Van den Heuvel en Advocatenkantoor [A.] geïntimeerden zijn. Geïntimeerden zijn in hoger beroep niet verschenen, waarna verstek is verleend. Van mr. Van den Heuvel is bekend dat hij failliet is verklaard, waardoor de procedure tegen hem is geschorst.
Appellant heeft twee grieven tegen Advocatenkantoor [A.] ingediend, maar het hof stelt vragen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen deze vennootschap, omdat uit het Handelsregister blijkt dat deze vennootschap op 30 december 1999 is ontbonden en opgeheven. Het hof wijst erop dat appellant zich hierover moet uitlaten en ook moet aangeven welk belang hij heeft bij het beroep tegen de ontbonden vennootschap.
Daarnaast oordeelt het hof dat appellant niet-ontvankelijk is in het beroep tegen een tussenvonnis van 10 juli 2001, omdat reeds eerder tussentijds appel is ingesteld en ontvangen. Het hof besluit de zaak aan te houden en verwijst naar een rolzitting op 31 maart 2009 voor nadere behandeling van de ontvankelijkheidsvragen.
Uitkomst: Het hof verklaart het appel tegen het tussenvonnis niet-ontvankelijk en stelt vragen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de ontbonden vennootschap.