ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ2512
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens dagvaarden niet-bestaande vennootschap
In deze civiele procedure betrof het hoger beroep een geschil tussen appellant en geïntimeerden, waaronder een besloten vennootschap en een persoon zonder bekende verblijfplaats. Het hof had eerder de procedure tegen een van de geïntimeerden geschorst en onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de vennootschap Advocatenkantoor Mr. [A.] BV.
Het hof stelde vast dat de vennootschap per 30 december 1999 was opgehouden te bestaan, met een heropening van de vereffening van het vermogen van 15 augustus 2000 tot 7 april 2003. Na sluiting van deze vereffening bestond de vennootschap opnieuw niet meer. Appellant had op 19 mei 2008 een dagvaarding uitgebracht tegen deze vennootschap, die op dat moment niet meer bestond.
Appellant voerde aan dat de vennootschap bleef bestaan vanwege een heropening van de vereffening en een nieuw verzoek tot heropening in 2009, maar het hof oordeelde dat deze feiten niet relevant waren voor het bestaan van de vennootschap op het moment van dagvaarding. De procedure tegen de vennootschap werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De procedure tegen de andere geïntimeerde bleef geschorst. De kosten van het hoger beroep tegen de vennootschap kwamen voor rekening van appellant.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een niet meer bestaande vennootschap.