ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ2997
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en proceskosten in geschil over echtscheidingsconvenant en eigendomsoverdracht woning
In deze civiele zaak tussen voormalige echtgenoten staat een geschil centraal over de nakoming van afspraken uit een echtscheidingsconvenant en de medewerking aan de eigendomsoverdracht van een woning in Spanje.
Het hof heeft in een tussenarrest de man toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de stelling van de vrouw dat hij uiterlijk op 8 mei 2004 een bedrag van € 62.500,- plus rente aan haar zou betalen. Tevens mocht hij bewijs leveren van een contante betaling van € 50.000,- voorafgaand aan de notariële akte van verdeling. De man heeft echter geen bewijs geleverd, waardoor het hof de stellingen van de vrouw als bewezen beschouwt.
Verder oordeelt het hof dat de vrouw terecht haar medewerking aan de eigendomsoverdracht van de woning heeft opgeschort vanwege het betalingsverzuim van de man. De man kon onvoldoende aantonen dat de vrouw haar toezegging tot medewerking had ingetrokken. De vordering van de man tot schadevergoeding wegens deze weigering wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de proceskosten wijzigt het hof het vonnis van de rechtbank door deze kosten tussen partijen te compenseren, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, vanwege de bijzondere relatie tussen partijen als gewezen echtelieden.
Het hof vernietigt het vonnis van 11 juli 2007 alleen voor zover het de kostenveroordeling betreft en bekrachtigt de overige vonnissen met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bewijsbeslissing, wijst de schadevergoeding af en compenseert de proceskosten tussen partijen.