ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ4748
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- P.M. Huijbers-Koopman
- Mouton
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestaan van een overeenkomst van aanneming van werk en aansprakelijkheid voor gebrekkig dakwerk
In deze civiele zaak staat centraal of tussen [D.] en [A.] een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen betreffende het aanbrengen van een leien dak en dakgoten. [D.] stelt dat hij in augustus 2002 opdracht heeft gegeven aan [A.] en dat hij de overeenkomst heeft bekrachtigd door ondertekening van een offerte en betaling van facturen. [A.] betwist dit en stelt dat de overeenkomst uitsluitend tussen haar en SBL, de hoofdaannemer, is gesloten, waarbij [D.] slechts rechtstreeks aan [A.] betaalde.
De rechtbank Maastricht heeft eerder geoordeeld dat een contractuele verhouding tussen partijen is ontstaan en [A.] aansprakelijk is voor gebreken aan het dak. Het hof stelt echter dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om te concluderen dat een overeenkomst tussen [D.] en [A.] is gesloten. Het hof wijst erop dat een contractsovername instemming van alle betrokken partijen vereist en dat de bewijsstukken dit niet aantonen.
Het hof laat [D.] toe bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, om zijn stelling te onderbouwen. Tevens wordt [A.] in de gelegenheid gesteld om de leverancier van de dakmaterialen in vrijwaring op te roepen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beoordeling na bewijslevering.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor het bestaan van een overeenkomst van aanneming tussen partijen en wijst de vordering af, met toelating tot bewijslevering.