ECLI:NL:GHSHE:2009:BU6636
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- T.L.J. Bod
- Waaijers
- Ackermans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding werknemer servicemonteur
Werknemer is per 30 november 2003 ontslagen en vordert schadevergoeding van €50.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag, primair op grond van een voorgewende of valse reden, subsidiair op het gevolgencriterium. Het hof heeft de werkgever in een tussenarrest de gelegenheid gegeven om werkbonnen over de periode 1 januari 2001 tot 11 juni 2001 te overleggen, die relevant zijn voor het bewijs dat werknemer zijn functie als servicemonteur vrijwel altijd samen met een leerling-monteur uitoefende.
De werkgever kon deze werkbonnen niet overleggen omdat ze vernietigd waren, maar leverde een projectadministratie over 2004 en schriftelijke verklaringen van medewerkers. Het hof oordeelt dat deze stukken onvoldoende tegenbewijs vormen tegen de stelling van werknemer. Het hof gaat daarom voorlopig uit van de stelling van werknemer dat het gebruikelijk was om samen met een leerling-monteur te werken.
De primaire vordering tot herstel van de dienstbetrekking wordt afgewezen vanwege de verstoorde arbeidsrelatie. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen op grond van het gevolgencriterium, waarbij het hof uitgaat van de arbeidsongeschiktheid van werknemer en de ernst van de gevolgen van het ontslag. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €25.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 november 2004. Het hof geeft de werkgever nog de mogelijkheid tegenbewijs te leveren tegen de primaire grondslag van het ontslag en houdt de beslissing hierover aan.
Uitkomst: Herstel dienstbetrekking afgewezen; subsidiaire schadevergoeding van €25.000 toegekend onder voorbehoud van tegenbewijs.