ECLI:NL:GHSHE:2009:BU9766
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Risicoaansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een paard tijdens manegebelering
In deze civiele procedure ging het hoger beroep over de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een paard dat ter belering in een manege verbleef. Het hof bevestigde in een tussenarrest dat de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:181 BW Pro van toepassing is op de manegehouder die het paard in het kader van haar bedrijfsvoering onder zich heeft en daarvoor wordt betaald.
De zaak betrof twee procedures die samen werden behandeld. In het tussenarrest van 23 december 2008 oordeelde het hof dat de manegehouder aansprakelijk is voor de door het paard veroorzaakte schade, omdat het gebruik van het paard valt onder de uitoefening van een bedrijf zoals bedoeld in artikel 6:181 BW Pro. Dit oordeel was van wezenlijk belang voor het verdere verloop van de procedures.
Partijen konden zich niet verenigen met dit oordeel en verzochten het hof om tussentijds cassatieberoep toe te staan. Het hof ging hiermee akkoord en stelde partijen in de gelegenheid om zich op de rolzitting van 22 september 2009 uit te laten over het verdere verloop van de procedures. Alle verdere beslissingen werden aangehouden.
Het arrest werd gewezen door de kamer civiel recht van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 mei 2009 en betreft een belangrijke uitspraak over de toepassing van risicoaansprakelijkheid bij paarden die in manegeverband worden gehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat risicoaansprakelijkheid op grond van art. 6:181 BW rust op de manegehouder voor schade veroorzaakt door een paard tijdens manegebelering en staat tussentijds cassatieberoep toe.