Verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid aan het opzettelijk kweken van hennep door het onderverhuren van een loods aan onbekende personen waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het hof achtte aanvankelijk (voorwaardelijk) opzet bewezen gezien de ervaring van verdachte met hennepkwekerijen en het feit dat hij de loods onderverhuurde aan personen die hij niet kende.
De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug vanwege onvoldoende motivering en bewijs voor het opzet op medeplichtigheid. Bij het onderzoek in hoger beroep werden geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het opzet konden bevestigen.
Het hof vernietigde daarom het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen. Verdachte had de loods gehuurd en onderverhuurd zonder toestemming en controle, maar dit was onvoldoende om medeplichtigheid aan te tonen.
De zaak illustreert het belang van een gedegen bewijsvoering en motivering bij bewezenverklaring van opzet en medeplichtigheid in hennepteeltzaken. Het vonnis is gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 9 december 2010.