ECLI:NL:GHSHE:2010:BL1524
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-van Dijk
- Van Harinxma thoe Slooten
- Van der Flier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid opzegtermijn en schadevergoeding bij beëindiging contractuele relatie medische dienstverlening
Het geschil betreft de beëindiging van een langdurige contractuele relatie tussen Stichting Amphia en [appellante sub 2], waarbij [appellant sub 1] betrokken is als voormalig werknemer en mede-eigenaar van de vennootschap onder firma. Stichting Amphia besloot in 2001 de productie van Fluorescentie Angiografieën (FAG's) in eigen beheer te nemen en de benodigde apparatuur zelf aan te schaffen, waarmee de relatie met [appellante sub 2] per 1 november 2004 werd beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst opgezegd kon worden, maar stelde dat de opzegtermijn te kort was en dat Stichting Amphia daardoor schadevergoeding verschuldigd was. Het hof bevestigt dat Stichting Amphia de overeenkomst mocht opzeggen en dat de opzegtermijn niet onredelijk was gezien de lange voorbereidingstijd en de mededelingen aan [appellante sub 2].
Verder oordeelt het hof dat de door [appellant 1 c.s.] gevorderde schadevergoeding, onder meer voor waardevermindering van apparatuur, omzetderving en immateriële schade, niet toewijsbaar is. De investeringen in apparatuur behoorden tot het ondernemersrisico van [appellante sub 2], en er is geen bijzondere omstandigheid die een vergoeding rechtvaardigt. Ook de vorderingen van [appellant sub 1] voor immateriële schade en pensioengat worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda van 16 april 2008 en veroordeelt [appellant 1 c.s.] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevorderingen van [appellant 1 c.s.] af wegens een redelijke opzegtermijn en het ondernemersrisico van [appellante sub 2].