ECLI:NL:GHSHE:2010:BL3519
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Fikkers
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging pandrecht Rabobank op vorderingen ondanks executoriaal beslag
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de Rabobank een pandrecht kon uitoefenen op vorderingen van [bedrijf 1] op de Woningbouwvereniging, ondanks dat [X.] executoriaal beslag had gelegd op diezelfde vorderingen. De Rabobank had een pandrecht gevestigd tot zekerheid van haar vorderingen op [bedrijf 1] en andere vennootschappen, waaronder [bedrijf 4].
De rechtbank had geoordeeld dat de Rabobank een rechtsgeldig pandrecht had en dat dit pandrecht tegen [X.] kon worden ingeroepen, waardoor de gehele netto-executieopbrengst aan de Rabobank toekwam. [X.] ging hiertegen in hoger beroep met meerdere grieven, onder meer over de geldigheid van de pandakten en de vraag of de vorderingen voortvloeiden uit bestaande rechtsverhoudingen.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het stelde vast dat de Rabobank een opeisbare vordering had en dat het pandrecht geldig was gevestigd, ook op toekomstige vorderingen die voortvloeiden uit bestaande rechtsverhoudingen. De werkzaamheden waarvoor de vorderingen golden waren begonnen vóór de datum van verpanding. Het hof oordeelde dat het pandrecht voorrang heeft boven het executoriaal beslag van [X.], dat het pandrecht inmiddels was vervallen door de inning, maar dat de Rabobank recht heeft op de volledige netto-executieopbrengst. [X.] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de Rabobank voorrang heeft op de gehele netto-executieopbrengst en ontzegt [X.] haar vorderingen.