ECLI:NL:GHSHE:2010:BL5282
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.J.M. van Gink
- H.D. Bergkotte
- J.A. van Zon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na overval op juwelier
In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Breda vernietigd en opnieuw recht gedaan omtrent de ontnemingsmaatregel na een overval op een juwelier in 1999.
De rechtbank had de totale opbrengst van de gestolen juwelen geschat op 15% van de verkoopwaarde, zijnde €351.518,57, wat neerkomt op €52.727,79. Het hof achtte de verklaring van de mededader, die stelde slechts €10.000 opbrengst te hebben behaald en niets te hebben gehouden, niet geloofwaardig. Het hof hanteerde daarom de schatting van de rechtbank als uitgangspunt.
Omdat de overval door twee personen was gepleegd, stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde op de helft van dit bedrag, namelijk €26.363,89. Het hof legde de veroordeelde een betalingsverplichting op tot ontneming van dit bedrag aan de Staat, rekening houdend met diens draagkracht en de wettelijke verjaringstermijnen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd uitgesproken op 18 februari 2010 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €26.363,89 en legt een betalingsverplichting tot ontneming op aan de veroordeelde.