ECLI:NL:GHSHE:2010:BL7921
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-van der Weijden
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Afstortingsplicht holding en schadevergoedingsplicht directeur-grootaandeelhouder jegens ex-echtgenote
De man en vrouw waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2003 gescheiden. De man was enig directeur en aandeelhouder van de holding. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man de vrouw jaarlijks op de hoogte houdt van de financiële stand van zaken van de holding en dat de holding een mededeling ontvangt over de echtscheiding om de verevening van pensioenrechten te effectueren.
De man en de holding voldeden niet aan deze verplichtingen ondanks meerdere aanmaningen. De vrouw stuurde zelf het mededelingsformulier aan de holding. De rechtbank oordeelde dat de holding en de man hoofdelijk verplicht zijn tot afstorting van het benodigde pensioenkapitaal.
Het hof verwierp de stelling van de man en holding dat er geen pensioenrechten zijn opgebouwd en dat de holding geen vermogen had. Uit jaarrekeningen bleek dat de holding voldoende vermogen had en dat ook niet-voldane vorderingen als vermogensactief gelden. De man kan niet worden vrijgesteld van zijn zorgplicht en handelt onrechtmatig door deze te weigeren na te komen.
Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen en veroordeelde de man en de holding in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente. De vrouw heeft recht op afstorting van het pensioenbedrag bij een verzekeraar, en de man is hoofdelijk aansprakelijk voor de schadevergoeding aan de vrouw.
Uitkomst: De man en de holding zijn hoofdelijk aansprakelijk voor afstorting van het pensioenkapitaal ten behoeve van de ex-echtgenote.