ECLI:NL:GHSHE:2010:BL8025
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid intrekking bouwvergunning en schadevergoeding gemeente Maastricht
In deze civiele zaak staat de intrekking van een bouwvergunning door de gemeente Maastricht centraal. Appellant, eigenaar van een perceel, had een bouwvergunning gekregen voor drie patiowoningen, maar deze vergunning werd later herroepen nadat bestuursrechtelijke procedures tot vernietiging van het bestemmingsplan hadden geleid. Het hof bevestigt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de bouwvergunning te verlenen terwijl deze strijdig was met het bestemmingsplan.
De gemeente had een exploitatieovereenkomst gesloten met een vennootschap, maar deze overeenkomst kon de aansprakelijkheid voor de bouwvergunning niet beperken. Het hof benadrukt dat de vergunninghouder die begint met bouwen voordat de vergunning definitief is, dit op eigen risico doet. Appellant stelde dat de gemeente bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat de vergunning niet zou worden vernietigd, maar dit is onvoldoende bewezen.
De rechtbank had schadevergoeding toegekend voor kosten gemaakt tussen de verlening en intrekking van de vergunning, maar de grootste schadepost, de gederfde winst uit de niet gerealiseerde woningen, werd afgewezen wegens gebrek aan causaal verband. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de meeste grieven van appellant en de gemeente af. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering over het al dan niet gewekte vertrouwen door de gemeente.
Uitkomst: De gemeente handelde onrechtmatig door de bouwvergunning te verlenen, maar schadevergoeding wordt beperkt en verdere bewijslevering wordt toegestaan.