ECLI:NL:GHSHE:2010:BL9119
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Fikkers
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek voorlopig getuigenverhoor tijdens faillissement en schorsing bodemprocedure
In deze civiele zaak heeft [X.], een grafisch en industrieel ontwerpbureau, een bodemprocedure aangespannen tegen [Y.], een drukkers- en cartonnagebedrijf, dat inmiddels failliet is verklaard. [X.] verzocht om een voorlopig getuigenverhoor te houden, maar de rechtbank wees dit verzoek af wegens strijd met de goede procesorde, omdat de bodemprocedure aanhangig was en het aan de bodemrechter was om bewijsopdrachten te geven.
In hoger beroep stelde het hof vast dat een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor niet automatisch geschorst wordt door een faillissement of schorsing op grond van art. 29 Faillissementswet Pro. Het verzoek is zelfstandig en kan ook tijdens de appeltermijn worden ingediend. Het hof overwoog echter dat [X.] geen rechtens te respecteren belang had bij het verzoek zolang niet duidelijk was of het bodemgeding tegen de curator of een rechtsopvolger zou worden voortgezet.
Het hof benadrukte dat het verzoek niet strekte tot bewijsvergaring jegens derden en dat nieuwe verzoeken kunnen worden ingediend als procedures tegen derden worden gestart. Gezien het faillissement en het ontbreken van een boedelbelang, en het feit dat veel faillissementen eindigen zonder uitkering aan concurrente schuldeisers, achtte het hof het belang van [X.] voorlopig onvoldoende.
Daarom hield het hof de behandeling aan tot 8 september 2010 en verzocht partijen het hof te informeren over het belang van [X.] bij voortzetting van het geding. Alle verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt aangehouden wegens voorlopig ontoereikend belang van eiser.