ECLI:NL:GHSHE:2010:BL9697
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Bijleveld-van der Slikke
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag vader en vaststelling omgangsregeling voor kinderen in Griekenland en Nederland
In deze zaak vordert de vader het eenhoofdig gezag over zijn twee dochters, die sinds 2006 met hun moeder in Griekenland wonen na een ontvoering. Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming en ISS opdracht gegeven een breed onderzoek te verrichten naar de situatie in Nederland en Griekenland en een advies uit te brengen over het gezag en de omgang.
De raad adviseert het verzoek van de vader af te wijzen omdat de kinderen goed zijn geïntegreerd in Griekenland en niet klem of verloren zijn geraakt tussen de ouders. Wel wordt een omgangsregeling voorgesteld waarbij het eerste jaar de omgang in Griekenland plaatsvindt en de daaropvolgende jaren in Nederland. De vader betwist enkele aspecten van het rapport, maar het hof acht het advies voldoende onderbouwd.
Het hof overweegt dat het niet in het belang van de kinderen is om het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen omdat dit een verstoring van hun huidige stabiele situatie zou betekenen. Wel stelt het hof een omgangsregeling vast waarbij de kinderen in 2010 drie weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie contact met de vader hebben in Griekenland, en in de volgende jaren die perioden bij de vader in Nederland verblijven. De vrouw wordt geacht mee te werken aan de regeling. De kosten van de omgang komen voor rekening van de vader.
Uitkomst: Verzoek vader tot eenhoofdig gezag afgewezen; omgangsregeling vastgesteld met eerste jaar omgang in Griekenland en daarna in Nederland.