ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0111
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Waterschap voor wateroverlast na extreme neerslag in kassengebied
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van het Waterschap Brabantse Delta centraal wegens wateroverlast die op 24 augustus 2002 ontstond in een kassengebied, waar het bedrijf van appellanten gevestigd is. Het geschil kwam voort uit een eerdere uitspraak van de rechtbank Breda en werd in hoger beroep voortgezet bij het hof.
Het hof liet een deskundigenonderzoek verrichten naar de adequaatheid van de door het Waterschap getroffen maatregelen, waarbij werd vastgesteld dat de maatregelen, gericht op een verwachte neerslag van 40 mm, kwalitatief adequaat waren. De extreme neerslag die daadwerkelijk viel, minimaal 130 mm in tien uur, was niet te voorzien en leidde tot een onbeheersbare situatie.
De deskundige concludeerde dat het Waterschap geen andere maatregelen ter beschikking had om de wateroverlast verder te beperken en dat het optreden niet onzorgvuldig was. Het hof nam het deskundigenrapport over en verwierp de vorderingen van appellanten, die ook geen aanvullende feiten hadden gesteld die tot een ander oordeel konden leiden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde appellanten in de proceskosten en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens het ontbreken van onzorgvuldig handelen door het Waterschap.