ECLI:NL:GHSHE:2010:BM2085
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brants
- Lamers
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Beëindiging co-ouderschap en vaststelling hoofdverblijf kinderen na echtscheiding
Partijen zijn in 2007 gehuwd en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding in 2009 hadden de kinderen een co-ouderschapsregeling waarbij zij om de week bij vader en moeder verbleven. Toen het oudste kind in september 2009 leerplichtig werd, ontstond een probleem door de afstand tussen de woonplaatsen van de ouders.
De rechtbank had bepaald dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder zou zijn, mede omdat zij parttime werkt, een ruimer netwerk heeft en de zorg voor de kinderen continu op zich nam toen de ouders nog samen waren. De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof stelt vast dat beide ouders even geschikt zijn voor de verzorging en opvoeding, maar oordeelt dat het belang van de kinderen het beste gediend is met hoofdverblijf bij de moeder. De kinderen wonen al ruim een half jaar feitelijk bij de moeder en hebben hun sociale omgeving daar. De vader krijgt ruime omgangsregeling, waaronder vakanties en weekenden.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Breda van 3 augustus 2009 en wijst het beroep van de vader af. Een wijziging van het hoofdverblijf is nu niet in het belang van de kinderen, mede gelet op hun geschiedenis en de arbeidssituatie van de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder is en wijst het beroep van de vader af.