4.2 .1. Het gaat in deze zaak, voor zover in hoger beroep nog van belang, om het volgende.
[X.] is en was enig bestuurder van Bouwbeheer [vestigingsnaam 1.] B.V. (verder Bouwbeheer).
[Z. Beheer B.V.] (verder [X.] Beheer), waarvan [X.] enig aandeelhouder en bestuurder is, is sinds 4 september 2006 100% aandeelhouder van Bouwbeheer. Tot 4 september 2006 was zij daarvan 60% aandeelhouder en waren de andere (40%) aandelen in handen van Bentor B.V.
Bouwbeheer was enig aandeelhouder en bestuurder van Bouwbedrijf [A.] B.V. (verder [A.]) en van Brabantse Bouw- ontwikkeling B.V. (verder BBO). Het bedrijfspand aan de [vestigingsadres] te [woonplaats] waarin [A.] haar werkzaamheden verrichtte was eigendom van Bouwbeheer. Ook het materieel van [A.] was eigendom van Bouwbeheer. Bouwbeheer, [A.] en BBO hebben op 9 september 1999 een comptejoint- en mede-aansprakelijkheidsovereenkomst (CJMO) getekend met de ING-bank.
[A.] is op 6 juli 2005 in staat van faillissement verklaard. Ten tijde van het faillissement bevonden zich in [A.] een geringe voorraad, personeel, debiteuren en een onderhanden werk portefeuille. BBO was op dat moment een lege vennootschap. De schuld aan de ING-bank waarvoor Bouwbeheer, [A.] en BBO hoofdelijk aansprakelijk waren bedroeg ten tijde van het faillissement van [A.] € 701.034,04 (prod. 2 concl.v.antw.). Deze schuld (die louter een schuld van [A.] betrof) is aan de ING geheel voldaan uit de opbrengst van de aan de bank verpande debiteuren van [A.].
De curator in het faillissement van [A.] heeft zijn medewerking verleend aan een doorstart van [A.] door een samenwerkings- verband tussen [D.] en [F.] (hierna: het samenwerkingsverband), die beide deel uitmaakten van het concern de [G.] Groep. In het kader van de doorstart heeft de curator een koopovereenkomst gesloten met BBO. De debiteuren en het onderhanden werk werden overgedragen aan BBO die daarvoor als special purpose vehicle zou worden gebruikt. Zij zou de werken afmaken en de, aan de bank verpande, debiteuren incasseren, de bank lossen en de helft van het meer geïncasseerde aan de boedel afdragen (mem.v.grieven 22 en brief voormalig curator 13 februari 2008, prod. 16 NMA). BBO droeg de goodwill en voorraden over aan Bouwcombinatie [A.] B.V. (een vennootschap van het samenwerkingsverband).
In het kader van de doorstart werden door Bouwbeheer, vertegenwoordigd door haar bestuurder [X.], de haar in eigendom toebehorende onroerende zaken, het bedrijfscomplex aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats 1.] en een perceel grond te [vestigingsplaats 1.] op 9 december 2005 voor een koopsom van € 750.000,= verkocht en geleverd aan [C.] Van deze vennootschap was [Z. Beheer] tezamen met [E.] Investment B.V. sedert 18 november 2005 bestuurder (prod. 5 inl. dagv.). Sedert 30 mei 2008 is [Z. Beheer] daarvan alleen bestuurder (prod. 20 mem.v.antw.). [C.] was tot 1 december 2005 VB Investments B.V. genaamd. Op 15 november 2005 verwierf [Z. Beheer] een derde van de aandelen in deze vennootschap.
NMA heeft in 2005 in het kader van de schoon schip operatie in de Nederlandse bouwsector aan Bouwbeheer het voor- nemen kenbaar gemaakt om aan Bouwbeheer en haar werkmaatschappijen een boete op te leggen. Op 12 oktober 2005 heeft [X.] namens Bouwbeheer aan NMA een keuze tot deelname aan de zogenaamde ‘versnelde procedure’ kenbaar gemaakt. Dit houdt in het afzien van gehele of gedeeltelijke betwisting van de aan Bouwbeheer verweten feiten in ruil voor een vermindering van de op te leggen boete met 15%.
Bij schrijven van 22 augustus 2006 heeft NMA aan Bouwbeheer, t.a.v. [X.], het besluit tot oplegging van de op € 176.442,= bepaalde boete doen toekomen. In de brief is vermeld dat de boete binnen dertien weken na verzending van het besluit diende te worden betaald. De hoogte van de boete is bepaald op basis van de door de eigen accountant van Bouwbeheer aan de NMA opgegeven aanbestedingsomzet 2001 en op de wijze als beschreven in de in de Staatscourant (Stcr. 2005, nr. 172, met rectificatie van p.12 oktober 2005 in Stcr. 2005, nr. 198) gepubliceerde bekendmaking d.d. 6 september 2005 van het beleid voor de boetetoemeting. Tegen voormeld besluit is door Bouwbeheer geen rechtsmiddel aangewend. Wel heeft [X.] in een brief van 24 oktober 2006 aan de NMA te kennen gegeven dat hij het met de hoogte van de opgelegde boete en met de door de eigen accountant van Bouwbeheer gedane opgave Aanbestedingsomzet 2001 niet eens was.
Bouwbeheer heeft de boete niet betaald, ook niet na een aanmaning op 25 januari 2007. Op een op 1 maart 2007 uitgevaardigd dwangbevel is evenmin gereageerd. In een brief d.d. 4 mei 2007 aan het gerechtsdeurwaarderskantoor [R.] c.s. schrijft deurwaarder [S.], die op verzoek van NMA beslag heeft gelegd op roerende zaken van Bouwbeheer, onder meer:”Veel van waarde heb ik niet aangetroffen, het is meer oud ijzer en wat hout- en steenmaterialen. …Het terrein is verder verhuurd door [E.] Industrial aan Bouwvak [vestigingsnaam 2.] BV en derhalve kon ik op het door Bouwvak gehuurde deel geen beslag roerende zaken leggen.
Bouwbeheer beschikte volgens de gepubliceerde jaarstukken per 31 december 2005 over een eigen vermogen van
€ 183.965,=. De liquide middelen bedroegen per die datum € 509.421,=. Verder waren er vorderingen ten bedrage van
€ 61.755. Daar tegenover stonden een bedrag aan langlopende schulden van € 6.724,= en een bedrag aan kortlopende schulden van € 380.488,=. De gepubliceerde jaarstukken 2006 vermelden per 31 december 2006 een eigen vermogen van
€ 139.995, € 7.021,= aan liquide middelen en € 138.019 aan vorderingen (€ 48.601,= op [Z. Beheer] en € 89.418,= op BBO, mem.v.grieven 24), geen langlopende schulden en kortlopende schulden ten bedrage van € 5.046,=.
Bouwbeheer heeft naar eigen zeggen uit de verkoopopbrengst van haar onroerende zaken haar schulden aan de aandeelhouders (geïnvesteerd vermogen en rekening-courantvorderingen) en groepsmaatschappijen voldaan.
NMA heeft op 21 september 2007 conservatoir beslag doen leggen op het onverdeeld aandeel van [X.] in de woning aan de [woonadres] te [woonplaats A.] .