ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7296
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Gründemann
- Van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsgeldige opeising kredietvordering wegens ontbreken ingebrekestelling
In deze civiele zaak vordert LaSer-Lafayette Services Nederland B.V. betaling van een openstaand saldo uit een doorlopend krediet verstrekt aan [X.]. De rechtbank wees de vordering af omdat onvoldoende was gesteld dat de vordering voldeed aan de vereisten van de Wet op het consumentenkrediet (WCK), met name de voorwaarden voor een rechtsgeldige opeising.
LaSer kwam in hoger beroep en stelde dat de kredietnemer ten minste twee maanden achterstallig was en dat zij het openstaande saldo op correcte wijze had opgeëist. Het hof stelde vast dat [X.] inderdaad een betalingsachterstand had van vijf termijnen, meer dan twee maanden, maar dat de brief van 17 november 2005, aangeduid als ingebrekestelling, niet voldeed aan de wettelijke eisen. De brief was te algemeen en maakte niet duidelijk dat het gehele saldo opeisbaar werd gesteld.
Het hof benadrukte dat een ingebrekestelling de schuldenaar een laatste termijn moet geven om alsnog te voldoen, en dat deze duidelijk moet zijn over de betalingsachterstand en de gevolgen van niet-nakoming. Omdat LaSer niet aannemelijk had gemaakt dat aan deze voorwaarden was voldaan, werd de vordering als onvoldoende gegrond afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde LaSer in de kosten van het hoger beroep. De zaak illustreert de strikte toepassing van consumentenbeschermende regels bij kredietovereenkomsten en het belang van een correcte ingebrekestelling voor opeising van het gehele kredietsaldo.
Uitkomst: De vordering van LaSer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling en opeising.