ECLI:NL:GHSHE:2010:BM9510
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Van Laarhoven
- Van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangbevel en zekerheidseis bij naheffingsaanslag omzetbelasting manegebedrijf
De zaak betreft een hoger beroep van de ontvanger van de Belastingdienst tegen een vonnis van de rechtbank Breda, waarin het verzet van manegebedrijf [X] tegen een dwangbevel wegens naheffingsaanslag omzetbelasting werd toegewezen en het dwangbevel buiten werking werd gesteld.
Het manegebedrijf had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag over de periode 2002-2005, waarbij de ontvanger uitstel van betaling weigerde en zekerheid eiste vanwege de omvang van de aanslag en vermoedens van onjuiste aangifte. De ontvanger vaardigde vervolgens een dwangbevel uit. De rechtbank oordeelde dat de ontvanger onrechtmatig had gehandeld en stelde het dwangbevel buiten werking.
Het hof overweegt dat het verzet tegen een dwangbevel niet kan worden gebaseerd op de vermeende onjuistheid van de aanslag, tenzij sprake is van twijfel over de materiële belastingschuld die het nemen van het dwangbevel onredelijk maakt. Het enkele feit dat de ontvanger erkent dat het standpunt van [X] mogelijk juist is, is onvoldoende voor een uitzondering. Ook is de zekerheidseis door de ontvanger niet onredelijk gelet op de omstandigheden en de leidraad invordering.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het verzet slechts gegrond voor zover het dwangbevel een bedrag boven circa €65.000 betreft. [X] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep, terwijl de ontvanger in de kosten van de reconventie wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet tegen het dwangbevel slechts gegrond voor het bedrag boven circa €65.000 en veroordeelt partijen in de proceskosten.