ECLI:NL:GHSHE:2010:BN0403
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Milar
- Brants
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatieverplichting ondanks discussie over fiscale bijtelling privégebruik auto
In deze civiele zaak stond de alimentatieverplichting van de man jegens zijn minderjarige dochter centraal. De man betwistte de door de rechtbank vastgestelde behoefte van zijn dochter en zijn draagkracht, met name vanwege de fiscale bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak en de vergoeding die hij daarvoor aan zijn werkgever betaalde.
De rechtbank had de behoefte van de dochter vastgesteld op €780 per maand, gebaseerd op een netto besteedbaar gezinsinkomen van €5.000. De man stelde dat de vergoeding die hij aan zijn werkgever betaalde voor het privégebruik van de auto in mindering moest worden gebracht op dit inkomen, waardoor de behoefte lager zou zijn. Het hof oordeelde echter dat bij de bepaling van de behoefte het netto besteedbaar gezinsinkomen leidend is en dat de fiscale bijtelling en de vergoeding daarvoor geen invloed mogen hebben, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die hier niet werden aangetoond.
Verder stelde de man dat zijn salarisverlaging samenhing met het vervallen van de auto van de zaak en de bijbehorende fiscale bijtelling. Het hof verwierp dit standpunt omdat het salaris een beloning is voor arbeid en de man als directeur-grootaandeelhouder zelf beslissingsbevoegdheid heeft over zijn salaris. Ook de financiële stukken ondersteunden geen lagere salarisgrondslag.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank, waarbij de man gehouden blijft tot betaling van alimentatie van €390 per maand (geïndexeerd €398,97) aan de vrouw voor de verzorging en opvoeding van hun dochter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de alimentatieplicht van de man voor zijn minderjarige dochter op basis van een netto besteedbaar gezinsinkomen van €5.000 per maand zonder aftrek van de vergoeding voor privégebruik auto.