ECLI:NL:GHSHE:2010:BN1833
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.F. Dekking
- J.M.W.M. van den Elzen
- O.M.J.J. van de Loo
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring en vrijspraak wegens vormverzuimen in zedenzaken
De verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes, gepleegd in Eindhoven tussen mei en juli 2007. De aangifte van het eerste slachtoffer werd opgenomen in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, wat in strijd was met de geldende Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. Tevens werd deze aanwezigheid niet vermeld in het proces-verbaal, en de vertrouwenspersoon werd later als getuige gehoord, wat onwenselijk is volgens de Aanwijzing.
Daarnaast werd de verdachte pas ruim 16 maanden na de aangifte aangehouden, ondanks dat hij in die periode al in voorlopige hechtenis verkeerde voor een andere zaak. Dit gebrek aan voortvarendheid schaadt de waarheidsvinding en de belangen van de verdachte. Het hof constateert meerdere onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, die cumulatief het recht op een eerlijke behandeling van de verdachte ernstig hebben geschaad.
Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging voor het eerste ten laste gelegde feit. Voor het tweede ten laste gelegde feit is het bewijs onvoldoende, aangezien de verklaring van het tweede slachtoffer niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen en de verdachte ontkent. Het hof spreekt de verdachte vrij van dit feit en heft de voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor eerste feit en verdachte vrijgesproken van tweede feit wegens onvoldoende bewijs.