ECLI:NL:GHSHE:2010:BN4012
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-van Dijken
- Gründemann
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil en verjaring van wettelijke rente na veroordelend vonnis
In deze civiele zaak staat een executiegeschil centraal waarbij appellant, na een verstekvonnis uit 1991, betwist dat IDM de volledige wettelijke rente en kosten nog kan innen vanwege verjaring. De oorspronkelijke kredietovereenkomst werd door IDM opgezegd en appellant werd veroordeeld tot betaling van hoofdsom en rente.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rente en kosten verjaard zijn en dat de executie daarom moet worden beperkt. Het hof beoordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 3:324 lid 3 BW Pro van toepassing is op de rente, omdat het gaat om een betaling die bij het jaar of kortere termijn moet worden voldaan. Voor de hoofdsom geldt een langere termijn.
Het hof stelde vast dat IDM tussen 1996 en 2006 geen stuitingshandelingen heeft verricht, waardoor een deel van de rente van € 861,91 is verjaard. De executie van dit bedrag moet worden gestaakt. De overige kosten zijn niet verjaard omdat deze recent zijn gemaakt of reeds voldaan. De grieven van appellant over verjaring van kosten en het ontbreken van een noodsituatie faalden. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof beveelt IDM de executie van het verjaarde rentebedrag van € 861,91 te staken en wijst de overige grieven af.