ECLI:NL:GHSHE:2010:BN4774
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Gründemann
- Van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Nietigheid verpanding spaarpolis bij doorlopend krediet en gevolgen voor vordering
In deze civiele zaak staat de geldigheid van een verpanding van een spaarpolis als zekerheid voor een doorlopend krediet centraal. De kredietnemer, appellant, voert aan dat de kredietverstrekker, geïntimeerde, in strijd met afspraken de spaarpolis heeft laten afkopen en de opbrengst heeft verrekend met de openstaande schuld. Het hof stelt vast dat de kredietovereenkomst is gesloten in het kader van de Wet op het consumentenkrediet (WCK) en dat de verpanding van de spaarpolis niet voldoet aan de dwingendrechtelijke bepalingen van de WCK. Hierdoor is de verpanding nietig en heeft de kredietverstrekker onrechtmatig gehandeld door de polis af te kopen.
Desondanks leidt dit niet tot volledige afwijzing van de vordering van de kredietverstrekker tot betaling van het openstaande kredietbedrag. Het hof oordeelt dat het ontbreken van de verpanding niet automatisch betekent dat de vordering niet bestaat. De kredietnemer heeft onvoldoende onderbouwd dat hij door de afkoop schade heeft geleden die verrekend kan worden met de vordering. Ook het verweer dat de kredietverstrekker haar zorgplicht heeft geschonden wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof wijst het hoger beroep toe voor zover het gaat om de nietigheid van de verpanding, maar houdt verdere beslissing aan om nadere informatie over betalingsregelingen, saldoverloop en opeising te verkrijgen. De zaak wordt verwezen naar een nieuwe rolzitting voor nadere stukken en reactie van partijen.
Uitkomst: De verpanding van de spaarpolis is nietig en de afkoop onrechtmatig, maar de vordering tot betaling van het krediet wordt grotendeels toegewezen met aanhouding voor nadere stukken.