ECLI:NL:GHSHE:2010:BN6235
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-Van Dijk
- Begheyn
- Coster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over co-existentieovereenkomst en handelsnaamgeschil tussen beveiligingsbedrijven
In deze civiele zaak staat een geschil tussen twee beveiligingsbedrijven, Maximum Security BV en Maximus Security BV, centraal over het gebruik van verwarrende handelsnamen en de nakoming van een co-existentieovereenkomst. De overeenkomst regelde onder meer samenwerking en wederzijds respect voor elkaars handelsnamen.
Maximum Security stelde dat Maximus Security de overeenkomst niet nakwam en ontbond deze, waarna zij een verbod op het gebruik van de handelsnaam Maximus Security vorderde. Maximus Security betwistte de ontbinding en stelde dat Maximum Security tekort was geschoten in de uitvoering van beveiligingsdiensten, waardoor zij haar verplichtingen mocht opschorten.
Het hof oordeelde dat de ontbinding van de overeenkomst niet rechtsgeldig was aangetoond en dat nader onderzoek nodig is naar de precieze inhoud en uitvoering van de afspraken. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van Maximum Security af. De overige grieven over het handelsnaamgebruik behoefden geen behandeling. De kosten van het geding werden aan Maximum Security opgelegd.
Uitkomst: De vordering van Maximum Security tot het verbod op het gebruik van de handelsnaam Maximus Security wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige ontbinding van de co-existentieovereenkomst.