ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7176
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Pouw
- Coster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn bij ontstaan schulden
Appellante ontving in 2004 en 2005 een erfenis van circa €80.000, welke zij binnen twee jaar opsoupeerde. Vervolgens vroeg zij een bijstandsuitkering aan bij de gemeente. De gemeente stelde vast dat appellant te snel had ingeteerd op het vermogen, waardoor een schuld van ruim €18.500 ontstond die als lening werd verstrekt. De rechtbank oordeelde dat deze schuld niet te goeder trouw was ontstaan en wees het verzoek tot schuldsanering af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de erfenis had gebruikt om schulden uit een eerdere huwelijkse periode af te lossen, haar kinderen te ondersteunen en vaste lasten te betalen. Zij stelde dat zij sinds november 2006 geen nieuwe schulden had gemaakt, ondanks ziekte en het staken van haar werkzaamheden in 2008. Tevens voerde zij aan dat zij haar uitgaven kon verantwoorden en dat zij onder budgetbeheer stond, dat naar behoren verliep.
Het hof oordeelde dat de schuld aan de gemeente binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek was ontstaan en niet te goeder trouw was. Het causale verband tussen haar posttraumatische stressstoornis en het ontstaan van de schulden was onvoldoende onderbouwd. Ook het feit dat het budgetbeheer goed verliep, leidde niet tot de conclusie dat appellant de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot schuldsanering af.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden.