ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7363
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Venner-Lijten
- Zweers-Van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens ontbreken dringende reden en toewijzing loonvordering
De werknemer [X.] was sinds 1987 in dienst bij [Y.] B.V. en raakte arbeidsongeschikt na een verkeersongeval in 2007. Na het ongeval verrichtte hij arbeidstherapeutische werkzaamheden binnen zijn beperkingen. Op 11 juli 2008 werd hij op staande voet ontslagen wegens het verrichten van werkzaamheden aan zijn eigen woning op dagen dat hij volgens medische rapporten rust moest houden.
De werkgever stelde dat deze werkzaamheden een dringende reden vormden voor ontslag, onderbouwd met getuigenverklaringen en foto's. De werknemer betwistte dit en voerde aan dat het om lichte klusjes ging die geen overschrijding van zijn belastbaarheid betekenden. De kantonrechter wees de vorderingen van beide partijen af, waarna de werknemer hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat hoewel de werknemer zich niet als goed werknemer had gedragen door de werkzaamheden aan zijn woning te verrichten, dit niet zodanig ernstig was dat van de werkgever redelijkerwijs niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Tevens had de werkgever de werknemer niet vooraf op zijn gedrag aangesproken. Het ontslag op staande voet werd daarom nietig verklaard.
Het hof veroordeelde de werkgever tot toelating van de werknemer tot het bedrijf en tot betaling van het loon vanaf 11 juli 2008, vermeerderd met vakantietoeslag, een gematigde wettelijke verhoging van 15% en wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van vakantiedagen werd niet toegewezen omdat het ontslag niet terecht was gegeven. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot loonbetaling vanaf 11 juli 2008 met wettelijke verhoging en rente.