ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9587
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Brants
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging partneralimentatie wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
De vrouw verzocht om verlenging van de partneralimentatie die na twaalf jaar van rechtswege eindigde, zoals bepaald in artikel 1:157 lid 4 BW Pro. De alimentatieplicht van de man eindigde op 14 januari 2009. De vrouw stelde dat zij door gezondheidsproblemen en zorg voor kinderen niet in staat was zelfstandig in haar levensonderhoud te voorzien, waardoor verlenging gerechtvaardigd zou zijn.
Het hof overwoog dat de wettelijke termijn van twaalf jaar in principe definitief is en verlenging slechts mogelijk is bij uitzonderlijke omstandigheden. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat zij ondanks haar inspanningen niet in staat was een eigen inkomen te verwerven. Haar medische klachten waren niet voldoende aangetoond met recente verklaringen en haar sollicitatieactiviteiten waren beperkt onderbouwd.
Ook de zorg voor de kinderen en de geboorte van een vierde kind werden niet als uitzonderlijke omstandigheden erkend. Het hof bevestigde dat de vrouw na beëindiging van de alimentatie afhankelijk was van een bijstandsuitkering, maar oordeelde dat dit geen reden was om de alimentatieverplichting te verlengen.
Daarom werd het verzoek van de vrouw afgewezen en de beschikking van de rechtbank Maastricht bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de partneralimentatie met drie jaar is afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.