ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9757
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Geschil over geldlening en verdeling nalatenschap na verkoop woning erflaatster
In deze civiele zaak staat centraal of het bedrag van €55.000,-, overeengekomen als geldlening bij de verkoop van de woning van de erflaatster, door geïntimeerden moet worden ingebracht in de nalatenschap. Appellanten, erfgenamen van de erflaatster, vorderen betaling en inbreng van dit bedrag vermeerderd met rente, terwijl geïntimeerden betwisten dat sprake is van een geldlening en stellen dat de overeengekomen koopsom €275.000,- bedroeg.
De rechtbank had in eerste aanleg geoordeeld dat appellanten niet in het bewijs waren geslaagd en wees hun vorderingen af. Het hof stelt vast dat de authentieke akten van levering en schuldbekentenis dwingend bewijs vormen, en dat geïntimeerden onvoldoende tegenbewijs hebben geleverd. De getuigenverklaringen en stukken bevestigen de juistheid van de akten, zodat het hof het verweer van geïntimeerden verwerpt.
Appellanten sub 1 en 3 zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanvoeren van grieven, maar dit heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van appellant sub 2. Het hof houdt de verdere beslissing aan en geeft partijen gelegenheid om nader op de inhoud van de vorderingen in te gaan en een regeling te treffen om onnodige kosten te vermijden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het bedrag van €55.000,- als geldlening moet worden ingebracht in de nalatenschap en verklaart appellanten sub 1 en 3 niet-ontvankelijk.