ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1090
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-Van der Weijden
- Zweers-Van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onregelmatig ontslag en toekenning gefixeerde schadevergoeding aan werknemer
De werknemer trad in november 2006 in dienst bij de werkgever met opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Op 28 november 2007 ontstond een geschil over het ontslag: de werknemer stelde dat hij was ontslagen, terwijl de werkgever stelde dat de werknemer zelf ontslag had genomen. De werkgever baseerde zich op het feit dat de werknemer de sleutels had ingeleverd en de werkplaats had verlaten met de mededeling "Ik ga weg".
Het hof oordeelde dat deze gedragingen niet duidelijk en ondubbelzinnig aangaven dat de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. De verklaring van de directeur van de werkgever, dat de werknemer niet meer terug hoefde te komen, impliceerde dat de werkgever het ontslag initieerde. Hierdoor was sprake van een onregelmatige opzegging door de werkgever.
De kantonrechter had de gefixeerde schadevergoeding aan de werknemer toegekend op grond van artikel 7:677 lid 4 juncto Pro 7:680 lid 1 BW, en dit oordeel werd door het hof bekrachtigd. Daarnaast werden achterstallig vakantiegeld, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten toegewezen. De grieven van de werkgever werden verworpen en het vonnis van 8 oktober 2008 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de gefixeerde schadevergoeding en overige vorderingen toe aan de werknemer wegens onregelmatig ontslag door de werkgever.