ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1721
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over premieplicht sociale verzekeringen bij Rijnvarenden met Duitse vestiging onderneming
Belanghebbende werkte in 2004 op een schip dat eigendom was van zijn broer en geregistreerd was in Duitsland. De onderneming was handelsrechtelijk in Duitsland gevestigd en de Duitse fiscus bevestigde de feitelijke vestiging aldaar. De Inspecteur stelde dat de onderneming feitelijk vanuit Nederland werd geleid, waardoor belanghebbende premieplichtig zou zijn in Nederland.
De Rechtbank legde de bewijslast onterecht bij belanghebbende en oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de onderneming niet in Nederland was gevestigd. Het Hof stelde dat de bewijslast bij de Inspecteur lag en dat deze onvoldoende bewijs had geleverd dat de feitelijke leiding in Nederland was. Het Hof wees op de Duitse fiscale bevestiging en het ontbreken van aanwijzingen dat bedrijfsbeslissingen in Nederland werden genomen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de aanslag premieheffing werd verminderd tot nihil. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. Het Hof benadrukte dat de premieplicht volgens het Rijnvarendenverdrag en de relevante wetgeving afhankelijk is van de vestigingsplaats van de onderneming, die in dit geval Duitsland is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag premieheffing wordt verminderd tot nihil omdat de onderneming feitelijk in Duitsland is gevestigd.