ECLI:NL:GHSHE:2010:BO3196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Brandenburg
- De Groot-van Dijken
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en opheffing conservatoir beslag wegens voldane vordering tot voorschot schadevergoeding
In deze civiele zaak staat de geldigheid van een conservatoir beslag centraal dat door [Y.] is gelegd op een woning van [X.] en diens ex-echtgenote. [Y.] had beslag gelegd ter zekerheid van een vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wegens mishandeling. Het beslagrekest vermeldde onjuist dat de bodemprocedure al aanhangig was, terwijl deze pas na het beslagrekest en na het beslagverlof werd gestart.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag rechtsgeldig was omdat de dagvaarding binnen de termijn van veertien dagen na het beslagverlof was uitgebracht. [X.] stelde echter dat het verzuim in het beslagrekest tot nietigheid van het beslag moest leiden en dat het beslag onrechtmatig was omdat de vordering waarvoor beslag was gelegd al was voldaan.
Het hof overweegt dat het onjuiste vermelden in het beslagrekest niet leidt tot nietigheid omdat de dagvaarding binnen de redelijke termijn is uitgebracht en het belang van de beslagdebiteur niet is geschaad. Wel oordeelt het hof dat het voorschotbedrag waarvoor beslag is gelegd volledig is voldaan, waardoor de grondslag van het beslag is komen te vervallen. Het beslag wordt daarom opgeheven en het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd.
Daarnaast veroordeelt het hof [Y.] in de proceskosten van beide instanties en wijst het de gevorderde wettelijke rente toe. De schadestaatprocedure over de overige schadevergoeding blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven omdat de vordering waarvoor het beslag is gelegd volledig is voldaan.