3.9.1 Met betrekking tot de periode vanaf de eerste inlichting aan de balie van de gemeente op 4 juni 1998 tot aan de aankoop van de grond op 24 januari 1999 en de daarop volgende levering op 30 maart 1999 geldt het volgende.
Naar het oordeel van het hof heeft de gemeente niet in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens [X.] gehandeld door op vragen van [X.] te antwoorden dat de afstand tussen het LPG-vulpunt en nieuwe bebouwing in het toekomstige bestemmingsplan, waar het Voorontwerp betrekking op had, minimaal 20 meter moest bedragen. Ditzelfde geldt voor het toezenden van het Voorontwerp met deze informatie aan [X.].
Het hof heeft bij dit oordeel naast de in deze procedure vaststaande feiten met name de volgende feiten en omstandigheden in acht genomen; daarbij is het hof uitgegaan van de juistheid van de door [X.] in haar pleitnota (bij het hof) aangegeven contacten met de gemeente en de door [X.] weergegeven inhoud van die gesprekken.
a) Van de in de pleitnota van [X.] genoemde contacten met de gemeente zijn die genoemd onder de nummers 1 en 4 slechts van doorslaggevend belang. Immers, de andere contacten gaan kennelijk niet over de vraag op welke afstand van het LPG-vulstation nieuwe bebouwing mogelijk is maar over andere aspecten van het bouwproject van [X.]. Verder heeft [X.] in die periode het Voorontwerp toegezonden gekregen (zie nummer 3 pleitnota). Het gaat hier om een mondeling contact met een baliemedewerker [Y.] en – na diens vertrek bij de gemeente – met [Z.], een medewerker van de afdeling Ruimtelijke Ordening.
b) Het gaat hier niet om mededelingen betreffende een op dat moment van kracht zijnde regeling, maar om informatie betreffende een mogelijk toekomstig bestemmingsplan, dat nog de gehele inspraakprocedure en de bestuurlijke besluitprocedure moest doorlopen. Voor zover het betreft de mondelinge contacten gaat het om een laagdrempelige en kosteloze medewerking van de gemeente bij vragen van [X.] over een mogelijk toekomstige planologische situatie.
c) [X.] heeft de discrepantie tussen de door de gemeente genoemde in acht te nemen afstand van 20 meter en die in de Integrale Nota LPG niet bij de betrokken medewerkers ter sprake gebracht.
d) [X.] is zelf een ervaren projectontwikkelaar, die vaker dergelijke projecten heeft ontwikkeld (pag. 4 concl. na tsvs. d.d. 5 januari 2005).
e) Het gaat om een groot financieel belang bij [X.]; in deze periode om de aanschaf van de grond en later om de ontwikkeling van bouwplannen voor het project.
Naar het oordeel van het hof had [X.] de mededelingen van de gemeenteambtenaren en de inhoud van het Voorontwerp slechts mogen begrijpen als een voorlopig, indicatief antwoord betreffende de eisen in een mogelijk toekomstige planologische situatie. Hetgeen [X.] heeft gesteld, leidt niet tot een andere conclusie. Zelfs ervan uitgaande, dat de betrokken ambtenaren begrepen dat deze vragen van [X.] van belang waren bij haar beslissing omtrent de aankoop van grond, hadden zij – en daarmee de gemeente - niet behoeven te begrijpen dat [X.] niet ook zelf enig onderzoek op dit punt zou verrichten alvorens tot aankoop van de grond over te gaan. Gelet op het stadium, waarin het Voorontwerp zich bevond, had [X.] in casu zelfs rekening moeten houden met mogelijke fouten in het Voorontwerp.
Een duidelijke toezegging of een duidelijke standpuntbepaling van de kant van de gemeente ten aanzien van een mogelijk verschil van opvatting bij wetsuitleg valt uit het voorgaande niet op te maken.
Het hof acht derhalve de in dit onderdeel aan de orde zijnde mededelingen van de gemeente, inclusief de inhoud van het Voorontwerp zelf, in casu niet in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die de gemeente jegens [X.] in acht behoorde te nemen. Voor zover [X.] zonder meer is uitgegaan van de juistheid van de mededeling en het Voorontwerp, heeft zij mede gelet op de grote financiële belangen daarbij voor eigen rekening en risico gehandeld.
Ten overvloede geldt het volgende. Voor zover geoordeeld zou moeten worden dat wel sprake is van een dergelijke onzorgvuldigheid, is het hof op grond van de hiervoor genoemden feiten en omstandigheden van oordeel dat in dat geval de schade tevens een gevolg is van een omstandigheid die aan [X.] kan worden toegerekend en dat de eigen schuld van [X.] dermate groot is in vergelijking tot die van de gemeente, dat de schade geheel voor rekening van [X.] komt.