ECLI:NL:GHSHE:2010:BO5239
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Weigering van pleidooi en toestemming tussentijds cassatie in civiele procedure
In deze civiele procedure in hoger beroep weigerde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch het verzoek van appellant om pleidooi te houden. Dit omdat appellant het recht op het nemen van een akte had laten vervallen en het verzoek om pleidooi diende ter herstel van eigen verzuim, wat onredelijke vertraging zou veroorzaken. Het hof overwoog dat partijen verplicht zijn onredelijke vertraging te voorkomen en dat het rolreglement bindend is.
De appellant had bijna twee jaar na de dagvaarding gewacht met het nemen van zijn memorie van grieven. Het hof vond de motivering voor het alsnog vragen van pleidooi onvoldoende, aangezien de memorie van antwoord met producties al twee weken bekend was bij het verzoek. Het hof wees ook op de werkvoorraad en de impact van het toestaan van herstel van verzuim op andere zaken.
Daarnaast stond het hof het tussentijds cassatieberoep toe tegen de rolbeslissingen en dit arrest. De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Breda, waarbij appellant aansprakelijk werd gesteld voor het faillissementstekort van Nike Financial Projects B.V. Het arrest werd uitgesproken door rolraadsheer Venhuizen op 23 november 2010.
Uitkomst: Verzoek om pleidooi geweigerd wegens verzuim en onredelijke vertraging; tussentijds cassatieberoep toegestaan.