ECLI:NL:GHSHE:2010:BO5836
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderhoudsverplichtingen en overgangsrecht bij huurovereenkomst bedrijfsruimte met bovenwoning
In deze zaak gaat het om een geschil tussen verhuurder en huurder over onderhoudsverplichtingen van een bovenwoning bij een bedrijfsruimte. De huurder had volgens mondelinge afspraken meer onderhouds- en reparatiekosten voor zijn rekening genomen dan wettelijk verplicht was. Na inspectie werd aanzienlijke schade vastgesteld die verhuurder aan huurder toerekent.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder slechts aansprakelijk was voor schade door nalatig onderhoud tot 1 augustus 2003, waarna het nieuwe huurrecht van toepassing werd en de onderhoudsverplichtingen grotendeels bij verhuurder lagen. Verhuurder stelde zich op het standpunt dat de oude afspraken ook na die datum gelden voor het verleden.
Het hof bevestigt dat het nieuwe huurrecht met artikel 7:242 BW Pro en het overgangsrecht van toepassing is op bestaande huurovereenkomsten en onderhoudsafspraken, waardoor deze afspraken sinds 1 augustus 2003 vernietigbaar zijn. Ook voor de periode daarvoor geldt het nieuwe recht, zodat de huurder niet aansprakelijk is voor de schade na die datum. De vorderingen van verhuurder worden daarom afgewezen, met uitzondering van een eerder toegekend bedrag voor schade door onzorgvuldig gebruik en onderhoud voor die datum.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van verhuurder af en bevestigt dat het nieuwe huurrecht van toepassing is, waardoor onderhoudsafspraken nadelig voor huurder vernietigbaar zijn.