4.1. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
a) [B.] Interieur Projecten VIP B.V. (hierna aan te duiden als VIP) is met ingang van 1 september 2001 van [A.] bedrijfsruimte gelegen aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats] gaan huren (hierna: de bedrijfsruimte).
b) VIP heeft een deel van de bedrijfsruimte onderverhuurd aan Marmolux B.V., een ander deel van de bedrijfsruimte aan een andere onderneming (hierna: Holapress) en heeft een deel van de bedrijfsruimte zelf in gebruik gehouden.
c) VIP heeft een huurachterstand laten ontstaan. [A.] heeft VIP vervolgens gedagvaard en daarbij gevorderd, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de bedrijfsruimte, betaling van de huurachterstand en betaling van een bedrag ter hoogte van de huursom
(€ 11.295,73) voor elke maand of gedeelte daarvan dat VIP het gehuurde na de ontbinding van de huurovereenkomst nog in gebruik heeft.
Bij vonnis van 28 augustus 2003 zijn deze vorderingen toegewezen. Het vonnis is op 29 september 2003 aan VIP betekend.
d) Bij vonnis van 26 november 2003 is VIP in staat van faillissement verklaard met aanstelling van geïntimeerde tot curator.
e) Op 3 december 2003 is er telefonisch contact geweest tussen de curator en [A.]. De curator heeft in dit gesprek toegezegd dat hij de roerende zaken van VIP zo spoedig mogelijk zou verkopen en dat hij de bedrijfsruimte daarna aan [A.] zou opleveren. Het betalen van een gebruiksvergoeding voor de periode tot aan de oplevering van de bedrijfsruimte is in dit gesprek niet aan de orde geweest.
f) [A.] heeft het beheer van het bedrijfspand uitbesteed aan [C.] Beheer B.V.
g) Bij fax van 11 december 2003 heeft Van Arkel gerechtsdeurwaarders in opdracht van [C.] Beheer onder meer het volgende geschreven aan de curator:
“(…) heeft onze opdrachtgever (…) tot op heden geen bericht van u mogen ontvangen binnen welk tijdsbestek het gehuurde wordt ontruimd.
Wij delen u hierbij mede dat, indien binnen een week na heden, het bedrijfspand (…) niet is ontruimd, eiser(es) het verkregen vonnis dd. 28 augustus 2003 ten uitvoer zal leggen door middel van gerechtelijke ontruiming.”
h) Naar aanleiding van dit faxbericht heeft in de namiddag van 11 december 2003 een telefoon-gesprek plaatsgevonden tussen de curator en een medewerker van [C.] Beheer.
i) Bij brieven van 12 december 2003 heeft de curator de huurovereenkomsten tussen VIP en haar twee onderhuurders opgezegd. Bij fax van diezelfde datum heeft de curator aan [C.] Beheer onder meer het volgende meegedeeld:
“In aansluiting aan ons telefonisch onderhoud van gisteren zend ik u hierbij copie van de brieven die ik inmiddels aan Marmolux B.V. en Holapress (…) zond. De inhoud van beide brieven spreekt voor zich. Ik leg vast dat u mij gevraagd hebt deze brieven te schrijven teneinde vaart te krijgen in de onderhandelingen met genoemde vennootschappen over het afsluiten van een huurovereenkomst.
Tevens deelde u mede geen uitvoering te zullen geven aan de inhoud van de brief van deurwaarderskantoor Van Arkel van 11 december 2003, waarin ontruiming van het pand wordt aangezegd.”
j) [A.] heeft per 1 januari 2004 huurovereenkomsten gesloten met Marmolux en Holapress. Deze overeenkomsten hebben betrekking op de delen van de bedrijfsruimte die voorheen door hen werden ondergehuurd van VIP. De rest van de bedrijfsruimte is in gebruik gebleven bij de curator ten behoeve van de openbare verkoop van de roerende zaken van VIP.
k) De curator heeft het laatsgenoemde deel van de bedrijfsruimte per 31 januari 2004 aan [A.] opgeleverd.