ECLI:NL:GHSHE:2010:BO7620
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- G.J. van Muijen
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden beklagkamer gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de beklagkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die haar klacht ex artikel 12 Sv Pro behandelden over het niet-vervolgen van haar ex-echtgenoot. Zij stelde dat er sprake was van vooringenomenheid vanwege de gang van zaken voorafgaand en tijdens de zitting van 9 november 2010.
De wrakingskamer onderzocht onder meer de vraagstelling aan het KLPD, het ter beschikking stellen van processtukken, de lange duur tussen zittingen en de wijze van bejegening tijdens de zitting. De kamer concludeerde dat geen van deze omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert. De kritische vragen van de raadsheren waren passend binnen hun taak om feiten en omstandigheden zorgvuldig te toetsen.
De beklagkamer had bovendien geen verplichting om verzoekster als laatste het woord te geven. De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegend bewijs voor vooringenomenheid opleveren, wat hier niet het geval was.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de beklagprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de beklagkamer is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwichtige aanwijzingen voor vooringenomenheid.