ECLI:NL:GHSHE:2010:BO8911
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.L.M. Tuijn
- J.J.H. van Laethem
- W.J. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderzoek vluchtelingenstatus
Verdachte werd vervolgd voor het bezit van een vals reisdocument tijdens zijn vlucht vanuit Somalië naar Nederland, met de intentie door te reizen naar Engeland om asiel aan te vragen. Na zijn aanhouding op Eindhoven Airport vroeg hij asiel aan in Nederland.
Het hof oordeelt dat het openbaar ministerie onvoldoende behoedzaamheid heeft betracht bij het onderzoeken of verdachte onder de bescherming van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag valt. Dit artikel beschermt vluchtelingen tegen strafsancties voor illegale binnenkomst indien zij zich onverwijld melden en geldige redenen hebben. Omdat de asielaanvraag van verdachte nog niet onherroepelijk was beslist, kon niet worden uitgesloten dat deze bescherming op hem van toepassing was.
Het hof stelt dat het openbaar ministerie pas mag vervolgen wanneer duidelijk is dat de verdachte zich niet op artikel 31 kan Pro beroepen. In deze zaak is echter direct na aanhouding en asielaanvraag dagvaarding uitgebracht zonder nader onderzoek. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigt het het vonnis van de politierechter.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderzoek naar de vluchtelingenstatus van verdachte.