ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0237
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Keizer
- Van Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid verzet tegen verstekvonnis na openbare betekening en derdenbeslag
In deze civiele zaak stond centraal of appellant tijdig verzet had ingesteld tegen een verstekvonnis van de rechtbank. De appellant was niet persoonlijk op de hoogte gesteld van de dagvaarding en het verstekvonnis, die via openbare betekening waren gedaan vanwege onbekende verblijfplaats. De verzettermijn vangt aan op het moment dat het vonnis ten uitvoer wordt gelegd, hier na de eerste uitbetaling door het UWV aan de deurwaarder.
De appellant stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was van de executie en dat de betekening van het beslag niet rechtsgeldig was, omdat deze niet op zijn briefadres was gedaan. Het hof oordeelde dat het briefadres destijds nog niet was ingeschreven en dat de openbare betekening rechtsgeldig was. Bovendien had de appellant onvoldoende bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij niet van de executie op de hoogte was.
Het hof bevestigde dat de verzettermijn op 15 oktober 2008 begon te lopen en dat het verzet pas in maart 2009 werd ingesteld, ruim na het verstrijken van de termijn. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de verzettermijn en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.