ECLI:NL:GHSHE:2010:BP7289
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.G.M. Cools
- J.W.J. Huige
- M.B.A. van Hout
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderkorting en belastbaar inkomen bij samenwonen per 8 februari 2006
Belanghebbende is op 8 februari 2006 gaan samenwonen met mevrouw A en haar 14-jarige dochter. Hij stelde dat zijn belastbaar inkomen uit werk en woning voor de toepassing van artikel 8.12 Wet IB 2001 verminderd moest worden met het gedeelte dat toerekenbaar is aan de periode vóór het samenwonen, namelijk 1 januari tot 8 februari 2006.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende verworpen, stellende dat het verzamelinkomen per kalenderjaar wordt vastgesteld en dat artikel 8.12 geen uitzondering daarop maakt. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de Inspecteur incidenteel hoger beroep instelde tegen de proceskostenveroordeling.
Het Hof oordeelde dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat het verzamelinkomen per kalenderjaar moet worden vastgesteld en dat de term "onderhouden" in artikel 8.12 niet leidt tot een tijdsevenredige vermindering van het inkomen. Daarnaast vond het Hof geen grond voor vergoeding van het griffierecht. Het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werden ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat voor de toepassing van de kinderkorting het verzamelinkomen over het gehele kalenderjaar geldt en dat het moment van samenwonen niet leidt tot een aanpassing van het belastbaar inkomen binnen dat jaar. De proceskostenveroordeling blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur worden ongegrond verklaard; de aanslag en proceskostenveroordeling blijven gehandhaafd.