ECLI:NL:GHSHE:2010:BP8668
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-van der Weijden
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijs en bewijslast bij vermeende geldlening en tantième tussen werknemer en werkgever
De zaak betreft een geschil tussen [X.], voormalig werknemer, en [Y.] RTB, zijn voormalige werkgever, over de vraag of een bedrag van circa €18.089,30 dat door [Y.] RTB aan een aannemer is betaald voor verbouwingswerkzaamheden aan de woning van [X.] moet worden aangemerkt als een lening of als verrekening van toegekende maar niet uitbetaalde tantièmes.
De kantonrechter had aanvankelijk vastgesteld dat sprake was van een lening, tenzij [X.] kon bewijzen dat de betalingen ter verrekening van tantièmes waren gedaan. Na bewijslevering oordeelde de kantonrechter dat [X.] daarin was geslaagd, waardoor de vordering van [Y.] RTB werd afgewezen. Het hof Arnhem herzag dit oordeel en stelde dat [X.] niet geslaagd was in het tegenbewijs, waardoor de lening als vaststaand moest worden aangenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte artikel 164 lid 2 Rv Pro had toegepast op de getuigenverklaring van [X.] en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof moest onderzoeken of de geldlening vaststaat behoudens het tegenbewijs van [X.].
In het onderhavige arrest bepaalt het hof dat [Y.] RTB wordt toegelaten tot het leveren van bewijs omtrent de lening en dat [X.] vervolgens opnieuw tegenbewijs mag leveren. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het plannen van getuigenverhoren, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat [Y.] RTB toe bewijs te leveren over de lening en verwijst de zaak voor getuigenverhoren, verdere beslissing wordt aangehouden.