ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ7626

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.053.864 T
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergelijkingscomparitie in hoger beroep civiele zaak tussen X. en aannemingsbedrijf Y.

In deze civiele hogerberoepszaak tussen X., appellante, en aannemingsbedrijf Y., geïntimeerde, verwees het gerechtshof 's-Hertogenbosch naar het vonnis van de rechtbank Breda van 18 november 2009 voor de feiten in eerste aanleg.

Na de dagvaarding van Y. in hoger beroep en de verschijning van partijen bij de rolzitting van 19 januari 2010, besloot het hof een comparitie van partijen te gelasten. Deze comparitie is bedoeld om te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen of kunnen worden doorverwezen naar mediation. Tevens kan tijdens de comparitie informatie worden uitgewisseld en kunnen instructies worden gegeven.

De comparitie is gepland op 16 april 2010 en zal ongeveer anderhalf uur duren. Pleiten in de zin van juridisch beargumenteren is tijdens deze zitting niet toegestaan. Verder bepaalde het hof dat de advocaat van X. uiterlijk 16 maart 2010 het volledige procesdossier moet overleggen. Alle overige beslissingen worden aangehouden tot na deze comparitie.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Schaik-Veltman, Venhuizen en Vriezen en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2010.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen met het oog op minnelijke regeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer HD 200.053.864
arrest van de tweede kamer van 2 maart 2010
in de zaak van
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. M. de Vries,
tegen:
de besloten vennootschap [Y.] AANNEMINGSBEDRIJF B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.M.A.A. van Oosterhout,
op het hoger beroep van het door de recht¬bank Breda gewezen vonnis van 18 november 2009 tussen appellante - [X.] – als eiseres en geïntimeerde – [Y.] - als gedaagde.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 186202/HA ZA 08-401)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. [X.] heeft bij exploot van 11 januari 2010 aangezegd van genoemde vonnis in hoger beroep te komen met dagvaarding van [Y.] voor dit hof.
2.2. Ter rolle van 19 januari 2010 is de zaak aangebracht en is [Y.] bij advocaat verschenen.
3. De beoordeling
3.1. Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder het kopje ‘voor juristen’).
3.2. De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
3.3. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat partijen op 16 april 2010 te 09.30 uur in persoon, dan wel deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, zullen verschijnen voor mr. C.W.T. Vriezen als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.1 vermelde doeleinden;
bepaalt dat de advocaat van [X.] uiterlijk 16 maart 2010 een fotokopie van het volledige procesdossier zal overleggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman, Venhuizen en Vriezen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 maart 2010.