ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2749
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venner-Lijten
- Waaijers
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor onvoldoende verzekering na verkeersongeval werknemer
Op 30 september 1996 raakte werknemer [X.] betrokken bij een verkeersongeval tijdens zijn werk voor Akzo, waarbij hij een whiplashtrauma opliep. De schade werd deels vergoed door de aansprakelijke derde partij, maar een deel bleef ongedekt omdat [X.] geen autogordel droeg. [X.] vorderde vervolgens vergoeding van dit deel van Akzo, stellende dat Akzo tekort was geschoten in haar zorgplicht om een behoorlijke verzekering te regelen.
De Hoge Raad vernietigde eerder een arrest van het hof Arnhem en verwees de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de vraag of Akzo haar zorgplicht had geschonden en of het bewust niet dragen van de gordel tot afwijzing van de vordering moest leiden. Het hof overweegt dat bewust roekeloos gedrag alleen kan worden aangenomen indien [X.] zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval bewust was van de roekeloosheid, wat hier niet is vastgesteld.
Het hof onderzoekt vervolgens of Akzo heeft voldaan aan haar zorgplicht op grond van art. 7:611 BW Pro en 6:248 BW, waarbij van belang is of Akzo zorg heeft gedragen voor een behoorlijke verzekering of [X.] financieel in staat heeft gesteld die zelf af te sluiten. Akzo bood een collectieve ongevallenverzekering aan, maar deze bood geen volledige dekking. De SVI, die wel volledige dekking bood tegen een geringe premie, was in 1996 beschikbaar maar niet collectief aangeboden. Het hof acht deskundigenonderzoek noodzakelijk om de verzekeringsmogelijkheden en premies in 1996 te beoordelen.
De zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling na deskundigenrapport en nadere akten van partijen. Het hof wijst erop dat de kosten van de deskundige voorlopig gelijkelijk worden verdeeld.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nader deskundigenonderzoek naar de verzekeringsmogelijkheden en zorgplicht van Akzo.