ECLI:NL:GHSHE:2011:BP3888
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Dijkhuizen
- Everaars-Katerberg
- Brants
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uithuisplaatsing minderjarigen en perspectief thuisplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank Breda die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van hun drie minderjarige kinderen. De ouders betwisten de uithuisplaatsing en stellen dat zij voldoende hulpverlening hebben georganiseerd om de kinderen thuis op te voeden.
Tijdens de zitting is gebleken dat de ouders zich positief hebben ontwikkeld en actief deelnemen aan hulpverlening, waaronder het project Kind Eerst!. De stichting erkent deze vooruitgang maar acht een thuisplaatsing voor twee van de kinderen nog niet verantwoord vanwege hun specifieke zorgbehoeften en de noodzaak van verdere onderzoeken.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing van de oudste twee kinderen in het belang van hun verzorging en opvoeding nog noodzakelijk is, terwijl voor de jongste een thuisplaatsing onder professionele begeleiding mogelijk is. De machtiging tot uithuisplaatsing van de jongste wordt daarom beperkt tot 15 maart 2011, waarna een thuisplaatsing gerealiseerd dient te zijn.
De beschikking van de rechtbank wordt voor het grootste deel bekrachtigd, behalve voor de machtiging tot uithuisplaatsing van de jongste na 15 maart 2011, die wordt vernietigd en afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijkheid en perspectief voor de minderjarigen en de noodzaak van voortdurende professionele ondersteuning.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van twee kinderen bekrachtigd, machtiging voor jongste kind beperkt tot 15 maart 2011 met verplichting tot thuisplaatsing.